Op deze pagina
- Contacten met de huisartsenspoedpost
- Trend contacten met de huisartsenspoedpost
- Contacten met de huisartsenspoedpost naar geslacht
- Contacten met de huisartsenspoedpost naar leeftijd
- Contacten met de huisartsenspoedpost naar ICPC-code
- Contacten met de huisartsenspoedpost naar gezondheidsproblemen
- Contacten met de huisartsenspoedpost naar urgentie
Gemiddeld aantal contacten met de HAP 2023
Sla de grafiek Contacten met de HAP 2023 over en ga naar de datatabelBron: Benchmarkbulletin huisartsenspoedposten
- Consulten: telefonisch of fysiek contact op de HAP (Huisartsenpost) met de huisarts
- Triagecontacten: het beoordelen van de urgentie en ernst van de zorgvraag van de patiënt door de triagist, onder supervisie van de huisarts, en het informeren/adviseren over de benodigde vervolgzorg (evt. geruststellen); een triageconsult is vaak telefonisch. Telefonische consulten zijn sinds 2021 gedefinieerd als triagecontacten, omdat zij meer omvatten dan enkel telefonie. Denk aan beeldbellen of andere digitale substituten.
Ruim 4,1 miljoen contacten tussen patiënten en HAP's
In 2023 zijn er in totaal ruim 4,1 miljoen contacten op de huisartsenspoedposten (HAP (Huisartsenpost)'s). Ongeveer 16% van de inwoners in de verzorgingsgebieden van de huisartsenspoedposten heeft één of meerdere keren per jaar contact met de HAP (InEen, 2024 (InEen, Benchmark huisartsenposten 2023, Utrecht (2024)) ). Een HAP kan verschillende verrichtingen declareren: consulten, triagecontacten en visites. Het merendeel van de contacten is een consult op de HAP (ruim 1,9 miljoen) of een triagecontact (ruim 2,1 miljoen). De verhoudingen tussen de verrichtingentypes worden deels beïnvloed door het beleid van de huisartsenspoedposten als bijvoorbeeld samenwerking met een spoedeisende hulp of afspraken met de ambulancedienst, maar ook door externe omstandigheden als kenmerken van de zorgvraag en geografische gebiedskenmerken (InEen, 2017 (InEen, Benchmarkbulletin huisartsenposten 2016, Utrecht (2017)) ). De cijfers van het aantal contacten per 1.000 inwoners afkomstig van de vereniging van eerstelijnsorganisaties InEen komen overeen met die uit de registratie van huisartsenspoedposten door Nivel Zorgregistraties eerste lijn.
Grafiek Contacten met HAP 2005-2023
Sla de grafiek Contacten met HAP 2005-2023 over en ga naar de datatabelBron: Benchmarkbulletin huisartsenspoedposten
- Telefonische consulten zijn sinds 2021 gedefinieerd als triagecontacten, omdat zij meer omvatten dan enkel telefonie. Denk aan beeldbellen of andere digitale substituten
Aantal consulten HAP gedaald
Het totaal aantal contacten op de huisartsenspoedposten daalde in 2023 met 7%. Hiermee is het ongeveer terug op het niveau van 2021. Meerdere verklaringen kunnen hiervoor bestaan. Een eerste verklaring kan zijn dat in 2022 veel inhaalzorg heeft plaatsgevonden veroorzaakt door de COVID-19 pandemie. Een andere verklaring kan zijn dat patiënten meer gebruikmaken van digitale triage voordat zij contact opnemen met de huisartsenspoedpost (InEen, 2024 (InEen, Benchmark huisartsenposten 2023, Utrecht (2024)) ). De trends in het aantal contacten per 1.000 inwoners afkomstig van de vereniging van eerstelijnsorganisaties InEen komen overeen met die uit de registratie van huisartsenspoedposten door Nivel Zorgregistraties eerste lijn.
Meer vrouwen dan mannen op de huisartsenspoedpost
Vrouwen (254 per 1.000 vrouwen) maken vaker gebruik van de HAP (Huisartsenpost) dan mannen (226 per 1.000 mannen) (Ramerman et al., 2024 (Ramerman, L., Hek, K., Beusekom, S., Schmitz, J., Hout, E., Elffers, B., Baarda, E., Verheij, R., Hasselaar, J., Overbeek, A., Zorg via de huisartsenspoedpost: Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn: jaarcijfers 2023 en trendcijfers 2019-2023, Utrecht (2024)) ). Dit verschil is het grootst bij triagecontacten. Deze aantallen zijn niet gecorrigeerd voor leeftijd, dus dit verschil kan deels verklaard worden door de gemiddeld oudere leeftijd van vrouwen in Nederland.
Vooral jonge kinderen en ouderen maken gebruik van de HAP (Huisartsenpost)
Vooral jonge kinderen en ouderen maken gebruik van de HAP. Relatief gezien zijn de meeste consulten op de huisartsenspoedpost voor kinderen van 0 tot en met 4 jaar, en de meeste visites voor ouderen vanaf 85 jaar (Ramerman et al., 2023 (Ramerman, L., Hek, K., Beusekom, S., Elffers, B., Baarda, E., Winckers, M., Verheij, R., Zorg op de huisartsenpost Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn: jaarcijfers 2022 en trendcijfers 2018-2022, Utrecht (2023)) ).
Vooral ouders met jonge kinderen ongerust
Uit onderzoek waarin nader is ingezoomd op frequente bezoekers (3 tot 25 keer per jaar) met laagurgente problemen, blijkt dat ouders met jonge kinderen de belangrijkste groep vormen (Giesen et al., 2010 (Giesen, P., Stam, D., Wensing, M., Frequente bezoekers huisartsenpost vertellen over hun motieven "Je wilt de zekerheid dat het goed zit" (2010)) ). Ouders zijn in veel gevallen extra voorzichtig met kinderen en nemen daarom relatief snel contact op met de HAP. Bovendien kunnen jonge kinderen niet precies aangeven wat er aan de hand is, waardoor ouders sneller onzeker en ongerust worden. Ook mensen met een chronische ziekte of een belaste voorgeschiedenis nemen vaker bij laagurgente problemen contact op met de HAP. Zij zijn snel ongerust en angstig, en hebben behoefte aan geruststelling en duidelijkheid over wat er aan de hand is.
Contacten met HAP naar ICPC-hoofdstuk
Sla de grafiek Contacten met HAP naar ICPC-hoofdstuk 2023 over en ga naar de datatabelBron: Nivel Zorgregistraties eerstelijn
- Deelcontact: één contact kan één of meerdere deelcontacten omvatten. Een deelcontact heeft betrekking op één gezondheidsprobleem binnen één contact. Indien een patiënt in een contact meerdere gezondheidsproblemen aan de orde stelt, bestaat dit contact uit evenveel deelcontacten.
Klachten aan bewegingsapparaat vaakst reden voor contact met HAP
Klachten waarvoor het vaakst contact is met de HAP (Huisartsenpost) zijn gerelateerd aan het bewegingsapparaat. Daarnaast is er vaak contact met de HAP vanwege algemene klachten en symptomen en aandoeningen van het maagdarmkanaal en ademhalingsorganen (Ramerman et al., 2023 (Ramerman, L., Hek, K., Beusekom, S., Elffers, B., Baarda, E., Winckers, M., Verheij, R., Zorg op de huisartsenpost Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn: jaarcijfers 2022 en trendcijfers 2018-2022, Utrecht (2023)) ).
Scheur- en snijwond meest gestelde diagnose bij consulten
Mensen die voor een consult naar de huisartsenspoedpost gaan, doen dit vooral vanwege scheur- en snijwonden, buikpijn en acute infecties van de bovenste luchtwegen. De meest voorkomende gezondheidsproblemen die met een triageconsult afgehandeld worden zijn bezorgdheid over koorts en de (bij-)werking van een geneesmiddel. Tijdens huisvisites hebben zorgverleners van de huisartsenspoedpost vooral te maken met overlijden, infectie(s) luchtwegen en benauwdheid. Per contact kunnen er meerdere ICPC (International Classification of Primary Care)-codes geregistreerd worden. De diagnosen in de tabel geven voor een deel de door patiënten gepresenteerde klachten weer en niet altijd de definitieve diagnosen, omdat soms nog nader onderzoek nodig is (bijvoorbeeld radiologisch onderzoek). In die gevallen is op het moment van registratie in het medisch dossier de uitslag van dergelijk onderzoek nog niet bekend bij de dienstdoende huisarts, zodat deze de klacht registreert en nog niet de definitieve diagnose.
Tabel: Top-5 van meest voorkomende ICPC-codes op de huisartsenspoedpost 2023
Consulten | 2023 |
---|---|
S18-Scheurwond/snijwond | 8,0 |
D06-Andere gelokaliseerde buikpijn | 4,3 |
R74-Acute infectie bovenste luchtwegen | 4,0 |
U71-Cystitis/urineweginfectie | 3,6 |
A03-Koorts | 3,1 |
Triagecontacten | |
A03-Koorts | 4,4 |
A13-Bezorgdheid over (bij)werking geneesmiddel | 4,0 |
L04-Borstkas symptomen/klachten | 2,8 |
D06-Andere gelokaliseerde buikpijn | 2,5 |
R83-Andere infectie(s) luchtwegen | 2,3 |
Visites | |
A96-Dood/overlijden | 14,8 |
R81-Pneumonie (longontsteking) | 5,3 |
U71 - Cystitis/urineweginfectie | 3,6 |
A03-Koorts | 3,4 |
R02-Dyspnoe/benauwdheid (luchtwegen) | 3,4 |
Bron: Nivel Zorgregistraties eerstelijn
Urgentie op de HAP
Sla de grafiek Urgentie op de HAP 2023 over en ga naar de datatabelBron: Nivel Zorgregistraties eerstelijn
- Wanneer een urgentie U0 (reanimatie) en U1 (levensbedreigend) is toegekend bij een telefonisch consult, is de melding doorgegeven aan de meldkamer ambulance.
Meeste hulpvragen op de HAP zijn dringend
De meeste hulpvragen die gepresenteerd worden op de huisartsenspoedpost krijgen de urgentie U3 (dringend). Hierna komen hulpvragen in de urgentiecategorie (U0 uitval vitale functies tot en met U5 geen kans op schade ) U5 (advies) het meest voor. De urgentie van hulpvragen varieert sterk per type contact. Hulpvragen die worden geclassificeerd als U3 (dringend) leiden het vaakst tot een consult en hulpvragen met de urgentiecategorie U5 (advies) worden het vaakst telefonisch afgehandeld. Hulpvragen met de urgentie U2 (spoed) of U3 (dringend) leiden het vaakst tot een visite. In de periode 2018-2023 is het percentage contacten met een zeer hoge-urgentie (U0, U1) gelijk gebleven. Het percentage contacten met een hoge urgentie (U2) is afgenomen, maar bleef in 2022 gelijk aan 2023. Het percentage contacten met een gemiddelde urgentie (U3 en U4) is na een daling in 2020 in 2023 weer toegenomen. Het percentage laag-urgente contacten (U5) is weer afgenomen (Ramerman et al., 2023 (Ramerman, L., Hek, K., Beusekom, S., Elffers, B., Baarda, E., Winckers, M., Verheij, R., Zorg op de huisartsenpost Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn: jaarcijfers 2022 en trendcijfers 2018-2022, Utrecht (2023)) ).
Triage op de huisartsenspoedpost
Patiënten dienen voorafgaand aan een consult met de huisartsenspoedpost te bellen met een triagist. De triagist maakt op basis van de (ernst van de) klachten een inschatting van de urgentiecategorie. Voor de indeling van de urgentie en de vervolgactie gebruikt de triagist de Nederlandse Triage Standaard (NTS). De urgentiecategorie bepaalt hoe snel een patiënt geholpen wordt met zijn zorgvraag en op welke manier (telefonisch, consult op de HAP (Huisartsenpost) of visite). De triage op de huisartsenspoedpost speelt een belangrijke rol in het beheersen van de patiënten toestroom naar de huisartsenspoedpost en in het bieden van de juiste zorg voor patiënten op de juiste plek (Rijksoverheid, 2018 (Rijksoverheid, De juiste zorg op de juiste plek; Wie durft? (2018)) ). Hoewel de zorgvragen van patiënten met een U5-urgentie in het overgrote deel telefonisch worden afgehandeld, geeft dat wel druk op de werkbelasting van de triagist. Het geven van zelfzorgadvies door de triagist beperkt de beschikbare tijd voor de triage bij (hoog)acute zorg. Met digitale triage, e-consultatie en voorlichting proberen huisartsenspoedposten patiënten zo goed mogelijk van dienst te zijn, de wachttijd voor patiënten te verkorten en de werkdruk bij triagisten te verminderen (InEen, 2023 (InEen, Benchmark huisartsenposten 2022, Utrecht (2023)) ; Giesen et al., 2021 (Giesen, P., Kant, J., Sluiter, A., Verstappen, W., Rutten, M., Innovaties noodzakelijk voor toekomstbestendige huisartsenposten (2021)) ).
Reden voor contact bij niet-urgente problemen vaak ongerustheid
Patiënten met laagurgente klachten bellen de huisartsenspoedpost vaak omdat zij ongerust zijn, last ervaren of weinig kennis over gezondheid en ziekte hebben (van der Werf, 2005 (van der Werf, G., Hulpvragen op de dokterspost: ongerust of urgent? Commentaar (2005)) ). Uit onderzoek naar personen met laagurgente problemen (U4 of U5) en die volgens beoordeling door huisartsen een niet-noodzakelijk contact hadden, bleek dat het vaak ging om jongvolwassenen (25-44 jaar), mensen die frequent contact hadden met de HAP en bij wie de klacht al enkele dagen bestond. Ze maakten zich vaak zorgen of hadden op dat moment medische informatie nodig (Keizer et al., 2015 (Keizer, E., Smits, M., Peters, Y., Huibers, L., Giesen, P., Wensing, M., Contacts with out-of-hours primary care for nonurgent problems: patients' beliefs or deficiencies in healthcare? (2015)) ).
- R. Gijsen (RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu))
- G.J. Kommer (RIVM)
- C.M. Deuning (RIVM)